Historie van Restaurant Poppe



Het adres van het pand luidde in de 18e eeuw: “bij de Luttekepoort op de hoek genaamd achter de stads- of beulsmuur”. In de 17e en de 18e eeuwis de stad eigenaar geweest van het pand, dat toen diende tot huisvesting van scherprechter of beul. Volgens opmeting in 1722 blijkt de “scherprigterswoning” aan de voorzijde 36 voet breed te zijn.

De franse tijd (1795-1813) bracht een totale ommekeer in het nederlandse staatsbestel; het ambt van stadsscherprechter werd afgeschaft. De stad verkocht het huis in 1797 voor f 805.- aan J.Baarslag. Deze bleef tot 1850 eigenaar en verkocht het in dat jaar aan Albert Kiesbrink, van beroep landeigenaar en logementhouder (!).

In 1866 werd het pand verkocht aan de hoefsmid Poppe. Drie generaties lang bleef het in handen van deze familie. De eerste Poppe, Theodorus Antonius, heeft het pand waarschijnlijk het huidige aanzien gegeven en het tot smederij ingericht. De ligging daarvoor was uiterst gunstig, want toen in 1874 de Polkabrug werd vervangen door een vaste verbrede rijbrug (de Nieuwe Havenbrug) vormde zij de drukst bezochte toegang tot de stad.

De aanwezigheid van 2 stalhouderijen in de nabijheid (Diepenheim als buurman en Bosch aan de Blijmarkt) en de omstandigheden dat de stallen van de huizen aan de oneven kant van de Kamperstraat in de Kalverstraat waren gelegen, zullen ertoe hebben bijgedragen dat de Poppe’s zich tot in de 20e eeuw een welverdiende boterham konden verschaffen met hun hoefsmederij.

De koetsiers en boeren, die via de Nieuwe Havenbrug of de Kamperpoortenbrug de stad binnenreden, zullen verheugd geweest zijn, gelijk bij de ingang van de stad een hoefsmederij aan te treffen om daar de rammelende hoefijzers van hun edele viervoeters te laten vastnagelen of vernieuwen. Zij brachten hun paard bij hoefsmederij Poppe en deden hun inkopen of bezochten een logement of gelagkamer om zich te goed te doen aan de drank. Ze brachten daar dan met veel plezier hun tijd door, die zij (noodgedwongen?) moesten wachten tot hun paard gereed was.  Voor menig Zwollenaar was een onwillig paard in de hoefstal bij Poppe, terwijl deze het ijzer smeedde of het paard besloeg  een vertrouwd beeld.

Door de opmars van het gemotoriseerde vervoer is de glorietijd van de hoefsmid voorbij. Het pand staat nu op de monumentenlijst met als omschrijving: ”Hoefsmidse in gebouwd pand met lijstgevel. Verdiepingsramen met luiken en gedekt met strekken met ronde hoeken”.

Hoefsmederij Poppe is nu een restaurant, waarbij het interieur zoveel mogelijk gehandhaafd is, maar waarin de smeedbok, de smeedhamer, het smeedijzer en ander gereedschap niet meer als werktuig fungeert.